Met zijn uitspraak van 14 september jl. (ECLI:NL:HR:2018:1617) heeft de Hoge Raad de reikwijdte van de wettelijke regeling van de transitievergoeding ingrijpend uitgebreid.

Ondanks dat de wet niet voorziet in een gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst en een gedeeltelijke toekenning van een transitievergoeding heeft de Hoge Raad geoordeeld dat dit in bijzondere gevallen toch mogelijk is. Hiervoor gelden drie voorwaarden:

  1.  Er moet sprake zijn van een bijzondere situatie waardoor de werkgever zich gedwongen ziet om over te gaan tot een wijziging van de arbeidstijd. De Hoge Raad noemt als voorbeeld een vermindering van de arbeidsduur wegens een blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de werknemer.
  2. De vermindering van de arbeidsduur moet substantieel zijn. Volgens de Hoge Raad moet de arbeidsduur met ten minste 20% worden verminderd;
  3. De vermindering van de arbeidsduur dient naar verwachting blijvend te zijn.

Het maakt niet uit of de vermindering van de arbeidsduur heeft plaatsgevonden op basis van een ontslag of aanpassing van de arbeidsduur.

De transitievergoeding wordt berekend over het laatstgenoten salaris. De hoogte wordt daarbij vastgesteld naar evenredigheid van het aantal uren waarmee de arbeidsovereenkomst wordt verminderd.

In hoeverre deze uitspraak van invloed is op de zogeheten slapende dienstverbanden zal afgewacht dienen te worden.

Vanaf 2020 kan in elk geval gebruik worden gemaakt van de compensatieregeling transitievergoeding die het UWV uitvoert. De regeling heeft terugwerkende kracht tot 1 juli 2015.

 

Heeft u vragen over deze uitspraak of wilt u weten wat dit in uw geval betekent?

Neem dan contact op met mijn collega Nathalie Viskaal. Ze vertelt u graag meer.

Telefoonnummer: 0548 533 525
E-mail: n.viskaal@assistverzuim.nl