Mijn collega Edith vertelde u in dit blog wat u als werkgever allemaal moet doen om een zieke werknemer met een contract voor onbepaalde tijd te begeleiden tot aan de zogeheten ‘WIA poort’. Maar, wat gebeurt er daarna?

In een nieuwe blogserie laat ik u door middel van 3 verschillende casussen zien wat u kunt verwachten wanneer uw werknemer na 104 weken ziekte daadwerkelijk voor de WIA poort staat. In dit eerste deel mee ik u mee in de meest voorkomende situatie: na 104 weken wordt WGA of WW toegekend en de werknemer heeft geen mogelijkheden meer bij de eigen werkgever.

Jolanda is na 2 jaar nog steeds ziek. Inmiddels heeft zij een beslissing van het UWV ontvangen. Het UWV heeft de re-integratie-inspanningen van Fred, Jolanda haar leidinggevende, als voldoende beoordeeld. Ook het UWV is van oordeel dat Jolanda blijvend ongeschikt is voor haar eigen werk, dat dit werk niet is aan te passen en dat er geen andere passende alternatieven binnen de organisatie  (1e spoor) aanwezig zijn. Er is terecht ingezet op ander werk bij een andere werkgever (2e spoor).

Jolanda krijgt een WGA-uitkering

Het UWV heeft Jolanda in aanmerking gebracht voor een WGA-uitkering. WGA staat voor: Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten. De uitkering wordt berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%. De hoogte van de uitkering bedraagt de eerste twee maanden 75% en daarna 70% van het vastgestelde SV-loon (sociale verzekeringsloon) Dit is het loon waarover u als werkgever belastingen en sociale verzekeringspremies betaalt.

En nu?

Loon tijdens ziekte
Als uw werknemer zijn of haar eigen werk ten gevolge van ziekte niet meer kan doen, dan dient u het loon gedurende maximaal 104 weken door te betalen. Na deze periode houdt deze verplichting op te bestaan en is uw zieke werknemer aangewezen op de toegekende uitkering.

Verlofdagen
Opbouw van vakantiegeld en verlofdagen is aan de loondoorbetalingsverplichting gekoppeld. Vanaf de ingangsdatum van de toegekende uitkering wordt er dus niets meer opgebouwd. Er is sprake van een zogeheten slapend dienstverband.

Dienstverband

Na het einde van uw loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte eindigt het dienstverband niet van rechtswege. De re-integratieverplichtingen 1ste spoor blijven ook gewoon bestaan totdat het dienstverband is beëindigd.

Hoe wordt het dienstverband beëindigd?

Het opzegverbod tijdens ziekte is na 104 weken niet meer van toepassing. Fred heeft 2 mogelijkheden om afscheid te nemen van het dienstverband met Jolanda:

  1. Ontslagvergunning UWV
    Fred dient aan te tonen dat er voor Jolanda geen mogelijkheden in het 1ste spoor aanwezig zijn en dat dit binnen 26 weken ook niet is te verwachten. Na toestemming van het UWV kan Fred met in achtneming van de wettelijke op- en aanzegtermijn éénzijdig afscheid van het dienstverband nemen. Daarbij is Fred wel een wettelijke transitievergoeding verschuldigd aan Jolanda en dienen de openstaande verlofdagen te worden uitbetaald.
  2. Vaststellingsovereenkomst
    Fred en Jolanda kunnen ook samen overeenkomen om afscheid van het dienstverband te nemen. Over de condities waaronder dit gedaan wordt, kan worden onderhandeld. Dit geldt ook voor de (hoogte van de) transitievergoeding.

De wettelijk transitievergoeding

De hoogte van de wettelijke transitievergoeding is afhankelijk van de duur van het dienstverband en bedraagt 1/3 maandloon inclusief overige loonemolumenten. Zoals vakantiegeld, 13de maand e.d. per dienstjaar. Is er sprake van een gebroken dienstjaar dan is dit na rato.

Een beroep op de compensatieregeling

Als Jolanda 104 weken arbeidsongeschikt is geweest en er wordt afscheid van het dienstverband genomen, waarbij de wettelijke transitievergoeding is betaald, kan Fred bij het UWV een beroep doen op de compensatieregeling. Fred moet daarbij wel aantonen dat de reden van het ontslag ligt in langdurige ziekte en dat er binnen 26 weken geen andere alternatieven in het 1ste spoor aanwezig zijn. Het UWV compenseert tot de 1ste WGA-dag. Duurt het dienstverband langer? Dan compenseert het UWV het meerdere dus niet. Als de vergoeding volledig is betaald, dient de aanvraag binnen 6 maanden te zijn gedaan.

Dienstverband slapend houden

Volgens de Hoge Raad dient Fred op een verzoek van Jolanda in te gaan om het dienstverband vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid te beëindigen. Tenzij Fred redelijke argumenten heeft om dit niet te doen. Een redelijk argument kan zijn dat Fred binnen afzienbare tijd re-integratiemogelijkheden in het 1ste spoor verwacht. Geen redelijke argumenten zijn bijvoorbeeld dat Jolanda binnenkort haar AOW-gerechtigde leeftijd bereikt of dat Fred de transitievergoeding niet kan of wil betalen.

Heeft u vragen over deze casus?

Neem dan gerust contact met mij op. Wilt u meer weten? Houd dan onze website in de gaten. Want in mijn volgende blog neem ik u mee in de casus waarin Jolanda na 104 weken wél mogelijkheden bij haar eigen werkgever heeft.